U kunt helpen!
Iedereen die wel eens stranden of andere getijdengebieden bezoekt kan ons helpen met ons onderzoek. U hoeft slechts drieteenstrandlopers te kunnen herkennen, ze te tellen en een verrekijker of beter nog een telescoop met zoomobjectief te bezitten. Een opschrijfboekje en potlood of pen zijn ook erg handig. Als u drieteenstrandlopers heeft gezien, noteer dan het volgende:
Het is vooral interessant als u ook het volgende kan noteren:
- Datum
- Locatie
- Tijd
- Aantal drieteenstrandlopers
Het is vooral interessant als u ook het volgende kan noteren:
- Het aantal waargenomen gekleurringde drieteenstrandlopers (de afwezigheid hiervan is ook erg interressante informatie voor ons!)
- De kleurringcombinatie van de waargenomen drieteenstrandlopers. Algemene help (in het Engels) over kleurringwaarnemingen vindt u hier en specifiek voor drieteenstrandlopers hier
- Het aantal vogels dat u (één voor één) heeft gecontroleerd op de aanwezigheid van kleurringen. Dit is meestal minder dan het totale aantal aanwezige drieteenstrandlopers omdat het vaak onmogelijk is om alle aanwezige drieteenstrandlopers te controleren
- Het aantal volwassen en jonge drieteenstrandlopers. Hoe u jonge en volwassen vogels in het veld herkent leest u hier.
- Informatie over het gedrag van de vogels (hoeveel individuen foerageerden, rustten, poetsten enzovoorts?)
Waarom zijn we hier in geïnteresseerd?
Het aantal gekleurringde vogels in een totale groep is interessant omdat de “kleurring-dichtheid” op vele lokaties gebruikt kan worden om een nauwkeurige schatting van de populatie-omvang te maken. Bijvoorbeeld, er van uitgaande dat de gekleurringde vogels zich volledig en willekeurig in de populatie mengen, er 1.500 vogels zijn gekleurringd en nog leven (gebaseerd op de overlevingsschattingen) en de gemiddelde ringdichtheid is 1 op de 50 vogels gekleurringd, dan is de totale populatie-omvang 1.500 x 50 = 75.000 individuen.We zijn geïnteresseerd in het aandeel jongen in groepen vogels om meer te weten te komen over het jaarlijks broedsucces van de vogels. Reproductie en overlevingskansen bepalen samen de populatie-omvang en veranderingen daar in. Beide maten zijn normaalgesproken moeilijk te achterhalen maar essentiële informatie als we willen weten hoe het gaat met de steltloperpopulaties.




