Drieteenstrandlopers
Algemeen
De drieteenstrandloper is een kleine steltloper die op bijna alle stranden ter wereld wordt aangetroffen. De meesten mensen kennen ze als de kleine lichtgrijze vogels die zich in groepen langs de waterlijn haasten terwijl ze driftig in het zand pikken. Drieteenstrandlopers danken hun naam aan het ontbreken van de achterteen, waarin ze uniek zijn binnen de steltlopers. Ze hebben een zwarte rechte snavel en zwarte poten. In winterkleed zijn drieteenstrandlopers lichtgrijs met een witte borst en onderbuik. Juvenielen zijn te onderscheiden van adulten door het zwart-wit geruite verenpatroon op hun rug. Na de eerste rui naar een winterkleed, die in oktober-november plaatsvind, zijn de jonge vogels in het veld nog maar moeilijk van volwassen vogels te onderscheiden. Gedurende de winter zijn mannetjes en vrouwtjes niet van elkaar te onderscheiden, maar in broedkleed is het mannetje vaak opvallender gekleurd, met een roodbruine kop, rug en bovenste helft van de borst. Het vrouwtje heeft een lichter, grijsbruin verenkleed.Foto’s van vogels in verschillende verenkleden (en leeftijden) vind u hier:
Broedgebieden en -strategiën
Drieteenstrandlopers broeden in hoog arctische gebieden, voornamelijk in Groenland, Siberië en in de noordelijkste delen van Canada. Hun broedgebied bestaat uit rotsige, droge toendra met permafrost. Ze leggen vier eieren in een ondiep kuiltje in de grond dat ze isoleren met droge blaadjes en takjes. De meerderheid van de vogels deelt de broedzorg tussen mannetje en vrouwtje, maar sommigen bebroeden een nest alleen. In deze gevallen bestaat het vermoeden dat het vrouwtje twee legsels produceert, waarvan het mannetje het ene en zijzelf het andere nest bebroed. De broedduur is ongeveer 22 dagen en een paar uur na uitkomst verlaten de kuikens het nest. Meestal zorgt één ouder voor de kuikens, die na 17-20 dagen zelfstandig zijn.
Trek
De trekroutes van drieteenstrandlopers behoren tot de langsten ter wereld. Van de broedgebieden tot hun meest zuidelijke overwinteringsplekken beslaat ruim 130 breedtegraden, van 80 graden noorderbreedte tot 55 graden zuiderbreedte. Drieteenstrandlopers uit verschillende broedgebieden gebruiken verschillende trekroutes. De vogels die in Groenland broeden trekken langs de Oost-Atlantische trekroute die uitstrekt over West Europa, langs de westkust van Afrika tot in Zuid Afrika. Een recente waarneming van een op Ellesemere Island in Canada gekleurringde drieteen in Frankrijk bevestigde de vermoedens dat ook de daar broedende drieteenstrandlopers deze route gebruiken. Drieteenstrandlopers zijn erg plaatstrouw en keren elk jaar terug naar dezelfde plek om te overwinteren en te broeden.




