Sanderling Project ~ Achtergrond
Huidig onderzoek aan drieteenstrandlopers van de Rijksuniversiteit Groningen (Nederland), in nauwe samenwerking met het Koninklijk Nederlands Instituut voor Zeeonderzoek (NIOZ) en het Centre for African Wetlands (Ghana), onder de vlag van het Global Flyway Network richt zich op vier thema's:
(1) Kosten en baten van het overwinteren op verschillende breedtegraden
Door drieteenstrandlopers te kleurringen en veel tijd en moeite te steken in het terugzien van de individueel gemerkte vogels, proberen we de overlevingskansen van drieteenstrandlopers in Nederland, Mauritanië en Ghana te bepalen. Dit wordt gecombineerd met ecologisch onderzoek om de mogelijk verschillende overlevingskansen te kunnen begrijpen. Onder andere wordt het predatie-risico (aantallen valken), de voedselbeschikbaarheid en de kans dat drieteenstranlopers ziekte oplopen of energie moeten investeren in een kostbaar afweersysteem bestudeerd in de tropische en gematigde stranden waar drieteenstrandlopers overwinteren.
(2) Contrasterende investeringen in reproductie
Drieteenstrandlopers hebben een interessante, maar nog niet goed begrepen, broedstrategie waarbij sommige vrouwtjes twee legsels leggen waarvan het eerste door het mannetje bebroed wordt en het tweede door haarzelf. Het voordeel hiervan is een waarschijnlijk groter aantal jongen dat het paar jaarlijks produceert, maar er kleven ook nadelen aan. De ouders moeten namelijk erg hard werken om in hun eentje een legsel uit te broeden. Immers, ze hebben maar beperkte tijd om hun nest te verlaten om een kostje bij elkaar te scharrelen omdat de eieren snel afkoelen in afwezigheid van een partner die de broedzorg tijdelijk even overneemt. Er zijn ook paartjes die samen maar één legsel per jaar groot brengen. Het onderzoek richt zich op de vraag waarom sommige paartjes samen een legsel bebroeden en andere twee. Ligt het aan de jaarlijks variatie in lokale omstandigheden in de broedgebieden, zoals de hoeveelheid sneeuw, het aantal roofdieren, voedsel en omgevingstemperatuur of spelen voorafgaande omstandigheden in de overwinteringsgebieden (kans om ziek te worden, voedselbeschikbaarheid enz.) en tijdens de trek (windomstandigheden en voedselbeschikbaarheid tijdens de tussenstops) ook een rol?
(3) Trekroutes en fenologie
De reizen tussen de arctische broedgebieden en de overwinteringsgebieden die drieteenstrandlopers tweemaal per jaar maken horen tot de langste die bekend zijn in de vogelwereld. De lengte van de vluchten, het aantal vluchtonderbrekingen om bij te tanken en de timing van de trekvluchten zal afhangen van de breedtegraad waar overwinterd wordt en waarschijnlijk ook van de broedlokatie. Jaarlijkse variatie in de omstandigheden tijdens de trek (zowel natuurlijke als door mensen veroorzaakte) zal het succes van de trekvluchten en de overlevingskansen (zie 1) tijdens de trek beïnvloeden en daarmee ook de voortplantingskansen (zie 2)Hoewel altijd gesuggereerd is dat drieteenstrandlopers uit NO Canada en Groenland gemengd met Siberische drieteenstrandlopers overwinteren bestaat er eigenlijk nauwelijks bewijs voor het overwinteren van drieteenstrandlopers uit Siberië langs de kusten van Europa en West Afrika. Door drieteenstrandlopers te kleurringen proberen we ook hier meer over te weten te komen.




